Skip to content

Dementie en dwaalgedrag

Herken je dat? Dat onrustige gevoel bij het idee dat een persoon met dementie kan beginnen dolen? Het vormt een begrijpelijke stressbron voor vele mantelzorgers. Een ‘gouden tip’ bestaat jammer genoeg niet. Maar er zijn wel enkele algemene richtlijnen.

Zoektocht vol geduld

De meeste mantelzorgers spenderen jaren aan de zoektocht naar oplossingen. Dementie heeft zodanig veel verschillende symptomen die bij de ene patiënt wel en bij de andere niet voorkomen dat het ziektebeeld en de beleving ervan bij iedereen verschillend is. De ene tip werkt dus niet zo goed als de andere. Het is vaak aan de mantelzorger en hulpverlener om uit te pluizen wat wel en niet werkt.

In die zoektocht tonen mantelzorgers zich vaak van hun meest inventieve kant. Dat merk ik bijvoorbeeld heel sterk in onze praatgroepen dementie waar mantelzorgers hun tips en oplossingen uitwisselen met elkaar. Van een babyfoon tot een andere mindset (‘Ik word niet meer kwaad als ze uit bed stapt ’s nachts, maar begeleid haar zachtjes terug’).  

Gelukkig zijn er ook een aantal algemene richtlijnen waarop je kan vertrouwen.

Enkele algemene richtlijnen

Dit zijn een aantal tips die ik ontdekte via Expertisecentrum Dementie Vlaanderen:  

  • Zorg voor standvastigheid en routine in het dagelijkse leven van de persoon met dementie.
  • Doe het huis sterk lijken op zijn of haar ouderlijk huis: met typische behangpapier en gordijnen van vroeger. Of plaats dezelfde plantjes op de vensterbank, … .
  • Verwittig de huisarts en de buurt zodra je voor het eerst doolgedrag vaststelt.
  • Maak een lijstje met telefoonnummers van mensen die met de persoon met dementie regelmatig in contact komen en bewaar dat lijstje goed.
  • Naai of strijk labels in de kleren van de persoon met de naam en telefoonnummer van een contactpersoon. Stop een adreskaartje of een kopie van zijn identiteitskaart in de meest gebruikte jassen of andere kledingstukken. 
  • Beheer goed de sleutel van je buitendeur en zorg voor een veilige omheining rond je tuin.
  • Informeer bij je ziekenfonds naar de mogelijkheden van een traceersysteem op maat.

Liep het toch fout en is de persoon met dementie zoek?

  • Verwijt het jezelf vooral niet. Gedrag is het moeilijkst te voorspellen bij personen met dementie.
  • Controleer de bergruimtes van je huis.
  • Verwittig de buurt en zoek niet langer dan 20 minuten in de nabije omgeving.
  • Bel 101 en meld dat het gaat om een vermissing van een persoon met dementie.
  • Stel een vermissingsfiche ter beschikking van de politie. Daarop staat er een recente kleurfoto van de persoon met dementie, een persoonsbeschrijving, belangrijke ankerpunten uit zijn leven (zijn vroegere werkplaats, het ouderlijk huis, …) en mogelijk andere basisgegevens. Op www.dementie.be vind je een vermissingsfiche die je kan invullen. Je vindt er ook informatie over het gebruik van de fiche. Contacteer het regionaal expertisecentrum dementie voor meer info.

Meer weten?